Ongeveer 50 jaar geleden ontwikkelde de Zweed Dr. Branemark een schroefvormig implantaat wat te vergelijken is met een kunstwortel welke op de plaats gezet kan worden van een wortel van de tand of kies die verloren is gegaan. Het implantaat vervangt dus de natuurlijke tandwortel en kan dienen als een nieuw stevig fundament voor een kroon, brug of een kunstgebit.

In de loop van de jaren zijn er vele implantaatsystemen op de markt gekomen en de technieken verbeterd en uitgebreid. Tegenwoordig is een implantaat een serieuze en betrouwbare behandeloptie voor de vervanging van tanden en kiezen!

Hieronder vindt u uitgebreide informatie over implantaten, de mogelijkheden en de verschillende technieken.

implantaat_voor_de_enkeltands_vervanging_

Wat is een implantaat?

Een implantaat lijkt op een titanium schroefje en is te vergelijken met een kunstwortel, welke op de plaats gezet kan worden van de wortel van de tand of kies die in uw gebit verloren is gegaan.
Dit titanium is heel biocompatibel, dat wil zeggen dat het lichaam het niet afstoot, waardoor het bot er direct tegen aan kan groeien. Dit proces wordt osseointegratie genoemd. Van veel implantaten is het titanium oppervlak ruwer gemaakt, wat de botgroei rondom het implantaat versnelt en waardoor deze na de inheling ook vaster in het bot zal zitten. Tegenwoordig helen de implantaten in +/- 98% van de gevallen succesvol in, bij o.a. botherstel operaties, rokers en diabeten liggen deze percentages mogelijk wat lager. Uit onderzoek blijkt nu dat de tienjaarsoverleving van implantaten tussen de 90 en 95% ligt.

implantaat_diameters

Implantaten zijn in verschillende doorsneden en lengten verkrijgbaar.
De lengte en doorsnede van het implantaat zal gekozen worden aan de hand van de hoeveelheid beschikbaar bot, maar tevens zal de implantoloog de diameter laten afhangen van het te vervangen gebitselement. Een ondersnijtand zal met een smal implantaat vervangen moeten worden en een kies zal idealiter met een breder implantaat vervangen worden. Mocht de breedte van de kaakwal niet voldoende zijn dan bestaan er nog mogelijkheden om deze te verbreden. Over het algemeen hebben de implantaten een doorsnede tussen de 3 en 6 mm en de lengten variëren ongeveer tussen de 6 en 16 mm.

Waar kunnen implantaten voor gebruikt worden?

Implantaten kunnen in zeer veel situaties bij gebitsproblemen worden toegepast, variërend van steunpunt voor een beugel tot een drukknop onder een kunstgebit. Hieronder een aantal veel voorkomende situaties:

Enkeltandsvervanging

kroon_op_implantaatkroon_op_implantaat-1

Wanneer één tand of kies ontbreekt, kan op deze plek een implantaat in het bot worden geplaatst waarna op het implantaat een kroon kan worden geschroefd of vastgelijmd. Hierdoor wordt het ontbrekende gebitselement vervangen zonder dat aan de aangrenzende tanden of kiezen geboord hoeft te worden.

Een brug op implantaten

implantatenbrug_op_implantaten

In dit geval ontbreken meerdere gebitselementen. Om een niet uitneembare en dus vaste vervanging te maken zijn in dit geval twee implantaten geplaatst, waarover heen een vier-delige brug is vastgelijmd.

Het is niet altijd nodig om voor elk ontbrekend gebitselement een implantaat te plaatsen; bijvoorbeeld een drie-delige brug kan soms bijvoorbeeld ook op twee of op drie implantaten geplaatst worden, de behandelend tandarts-implantoloog kan dit in uw individuele situatie beoordelen.

Verankering voor een klikgebit (overkappingsprothese)

klikgebit_op_drukknoppen1 klikgebit_op_een_steg_of_staaf
klikgebit_op_drukknoppen klikgebit_op_een_steg_of_staaf-1

Een kunstgebit dat vastklikt op implantaten wordt een klikgebit of overkappingsprothese genoemd. In de (onder)kaak worden over het algemeen twee of vier implantaten geplaatst. Op deze implantaten kunnen drukknopjes, zie afbeeldingen links of een steg (staaf-huls) constructie geplaatst worden, zie afbeeldingen rechts.

Een klikgebit zit stevig vast maar kan ook worden uitgenomen voor reiniging. Doordat een klikgebit veel minder beweegt komt er nauwelijks voedsel onder de protheserand en bovendien blijkt ook uit onderzoek dat prothesedragers beter kunnen kauwen.

1

In de overkappingsprothese is ruimte gemaakt en er bevinden zich hulzen die om de staaf heen klikken. Hierdoor kan de prothese afsteunen op de implantaten en zal deze veel beter op zijn plaats blijven zitten.

Wanneer kunnen implantaten geplaatst worden?

Wanneer bij iemand het kaakbot uitgegroeid is (ongeveer vanaf 18-25 jaar, afhankelijk van geslacht en locatie) kunnen in principe implantaten geplaatst worden. Er zijn echter meer voorwaarden waaraan voldaan moet worden:

Is er voldoende (gezond) kaakbot?

Wanneer een tand of kies wordt getrokken, zal het kaakbot gaan slinken. De kaak wordt smaller, maar ook lager. Implantaten moeten mede afhankelijk van de botkwaliteit en de hoeveelheid krachten die ze te verduren gaan krijgen, een minimale lengte hebben. De bothoogte is afhankelijk van de grootte van de kaak maar andere zaken zoals o.a. zenuwen of kaakbijholtes kunnen de hoogte ook beperken. In het geval van te weinig hoogte t.p.v. een kaakbijholte kan er nog een procedure worden uitgevoerd waarbij de kaakbijholte wordt opgevuld met bot (sinus-lift)

Het schroefdeel van het implantaat moet volledig in het kaakbot geplaatst worden en in geslonken kaken kan dat niet altijd. De kaak is dan meestal aan de wangzijde te smal geworden waardoor het implantaat daar niet volledig bedekt is met bot. De implantoloog kan dan (ook tegelijkertijd) een botherstel operatie uitvoeren om dit op te lossen (Guided Bone Regeneration ).

Botherstel procedure - Guided Bone Regeneration

implantaat_met_botopbouw

In de bovenste afbeelding is te zien dat een deel van de schroef van het implantaat aan de linkerkant niet bedekt is met bot. Na het plaatsen van het implantaat zal de implantoloog het gebied waar te weinig bot is opvullen en bedekken met een soort van 'velletje', wat een membraan wordt genoemd. Het membraan schermt het nieuw te vormen bot af voor voor de sneller delende bindweefselcellen van het tandvlees. Het materiaal onder het membraan kan o.a. lichaamseigen bot zijn, maar ook donorbot, kunstbot of runderbot. Naar gelang de situatie en de hoeveelheid benodigd bot, zal er één van of een combinatie van de eerder genoemde materialen gebruikt worden. Deze techniek wordt Guided Bone Regeneration genoemd (GBR).

2

In de bovenstaande afbeelding is na het plaatsen van het implantaat een gedeelte niet bedekt door bot. Het botdefect wordt opgevuld met (kunst)bot en bedekt met een membraan. Hoewel niet afgebeeld, zal het tandvlees hier weer overheen gehecht worden en zal het lichaam over het algemeen drie tot zes maanden nodig hebben om voldoende nieuw bot te vormen.

Is het tandvlees rondom de overige tanden en kiezen gezond?

Ontsteking van het tandvlees, parodontitis genaamd, zal eerst behandeld moeten worden voordat implantaten geplaatst kunnen worden. De bacteriën die deze tandvleesontsteking veroorzaken kunnen namelijk ook de weefsels rondom de implantaten infecteren en daardoor ontsteking en botverlies veroorzaken.

Is de lichamelijke gesteldheid voldoende?

Ziekten of medicijnen die een negatieve invloed hebben op de afweer kunnen een reden zijn om niet te implanteren.
Mensen die een hart- of herseninfarct hebben gehad, slikken vaak bloedverdunners; tijdens het zetten van de implantaten zal dit tijdelijk gestopt moeten worden, in overleg met de arts of trombosedienst is dit over het algemeen geen probleem.
Om het tandvlees rondom de implantaten gezond te houden moeten ze goed gepoetst worden, indien de verwachting is, dat dit door de lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet goed mogelijk is, zal ook van de ingreep afgezien kunnen worden.
Er zijn ook factoren die de kans op succes wat kleiner maken zoals o.a. roken en suikerziekte. In overleg met de patiënt kan de ingreep wel uitgevoerd worden, maar is men zich wel bewust van het lagere slagingspercentage.

Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?

De behandeling bestaat uit een aantal fases. Allereerst zal worden begonnen met het onderzoek en bespreken van het mogelijke behandelplan, in de volgende fase kunnen de implantaten operatief worden ingebracht. Indien noodzakelijk zal na het vastgroeien een tweede ingreep volgen om het implantaat ‘boven het tandvlees’ te halen (tweede fase ingreep). In de laatste fase wordt de constructie, bijv. een kroon of brug op de implantaten, gemaakt.

Onderzoek

planning_op_opg
Orthopantomogram (OPG)

implantaat_planning_op_ct_scan_
3D Planning op CT-scan

Röntgenopnames spelen een belangrijke rol bij de planning van de ingreep. Op een panorama röntgenfoto (OPG) kan de implantoloog goed de afstand tot anatomische structuren zoals een belangrijke zenuw in de onderkaak of de kaakbijholte in de bovenkaak, inschatten. In moeilijkere gevallen kunnen er meer opnames worden gemaakt zoals een CT-scan, waarbij het zelfs mogelijk is m.b.v. de computer de positie van de implantaten driedimensionaal te plannen.

De breedte van de kaakwal is op de normale (twee-dimensionale) röntgenfoto's niet goed in te schatten, hiervoor zullen soms de eerder genoemde driedimensionale opnames gemaakt moeten worden (tomogram/CT-scan). Gelukkig kan de implantoloog door de kaakwal in de mond te onderzoeken vaak ook voldoende informatie verkrijgen. In sommige gevallen kan met een naaldje tot aan de benige kaakwal geprikt worden om de breedte van het bot onder het tandvlees te beoordelen, dit wordt ridge-mapping genoemd.

Door de mond te onderzoeken kan o.a. dus een inschatting worden gemaakt van de breedte van de kaakwal, maar ook van bijv. de manier waarop de tanden en kiezen op elkaar bijten. Soms worden er afdrukken genomen zodat de tandtechnieker een proefopstelling kan maken en/of een boormal.

De lichamelijke gezondheid wordt met de patiënt doorgenomen en een behandelvoorstel met de eventueel mogelijke complicaties besproken en/of later schriftelijk toegestuurd.

Inbrengen van de implantaten

Het gebied waar de implantaten geplaatst zullen worden, wordt plaatselijk verdoofd met de ‘normale’ tandartsverdoving. In uitzonderingsgevallen waar de implantaten tegelijkertijd met bijv. heupbot worden aangebracht zal de operatie onder narcose bij de kaakchirurg gedaan worden.

3

Het tandvlees wordt op de plek waar het implantaat komt, losgemaakt en opgeklapt, waardoor het kaakbot zichtbaar wordt. Vervolgens wordt een gaatje in het kaakbot geboord. De eerste boor, die gebruikt wordt is smal, de volgende boor is echter iets breder, dit wordt herhaald totdat het boorgat breed genoeg is om het implantaat erin te draaien. De boren worden gekoeld met steriel infuusvloeistof wat een beetje zout smaakt.
Het tandvlees wordt met behulp van hechtingen weer gesloten, mochten meer implantaten worden aangebracht dan zullen deze bijna altijd tijdens dezelfde behandeling worden ingebracht.

Een implantaat kan na de operatie door het tandvlees heen steken, wat een 1-fase inheling wordt genoemd of volledig door het tandvlees bedekt zijn, wat een 2-fase inheling wordt genoemd.

4

Bij een 1-fase inheling hoeft het tandvlees niet nogmaals opengemaakt te worden en kan na inhelingsfase direct een afdruk genomen worden van het implantaat.

Bij een 2-fase inheling wordt na het maken van een klein sneetje het implantaat opgezocht en daarop een ‘dopje’ (healing abutment) geschroefd dat boven het tandvlees uitsteekt. Deze tweede operatie is vaak een kleine ingreep, welke weinig nabezwaren geeft.

De keuze van een 1-fase of 2 fase inheling is mede afhankelijk van het gebruikte implantaatsysteem, maar andere omstandigheden, zoals o.a. een botherstel operatie, slechte botkwaliteit of een implantaat in een cosmetisch gebied, kunnen redenen zijn om voor een 2-fase inheling te kiezen. Welke aanpak voor uw specifieke situatie de beste is, zal uw implantoloog met u overleggen.

De nabezwaren van de implantaatoperatie kunnen van persoon tot persoon wisselend zijn. Het plaatsen van een implantaat in een gebied met voldoende bot en tandvlees zal over het algemeen niet veel klachten veroorzaken, uitgebreidere ingrepen zouden enkele dagen klachten kunnen geven. Bot zelf bevat weinig zenuwen, de mogelijke pijn is dus voornamelijk afkomstig van het omgevende tandvlees/ weke delen. De voorgeschreven pijnstillers zullen helpen de pijn te bestrijden, in veel gevallen is tevens een mondspoelmiddel en een antibioticum verstrekt.
Mochten de implantaten onder een kunstgebit zijn geplaatst dan kan het tandvlees 1 tot 2 weken gevoelig zijn. Het is dan ook aan te raden om in die periode zacht voedsel te eten en het kunstgebit alleen te dragen als het noodzakelijk is.

De inhelingsfase

Het bot heeft een bepaalde tijd nodig om tegen het oppervlak van het implantaat aan te groeien, waardoor deze voldoende vast zal gaan zitten zodat er een bijv. een kroon of een drukknopje voor een kunstgebit opgezet kan worden. De meest gebruikte inhelingstijd bedraagt drie maanden. In de bovenkaak met name bij een slechte botkwaliteit en in het geval van een botherstelprocedure is de inhelingsfase langer. Tegenwoordig o.a. door verbetering van de implantaatoppervlakken propageren enkele systemen inhelingstijden (in ideale omstandigheden!!!) van zes tot acht weken. Zelfs het direct belasten van het implantaat is tegenwoordig mogelijk. Dit wordt soms gedaan bij voortanden wanneer behoud van de vorm van het tandvlees erg belangrijk is, maar een gefaseerde aanpak in deze gevallen is ook een goed alternatief. Meerdere implantaten in het geval van een tandeloze onderkaak blijken succesvol direct belast te kunnen worden.

De restauratiefase

Nadat het implantaat tijdens de inhelingsfase stevig in het bot is vastgegroeid, kan er een afdruk van genomen worden.

5

Op het implantaat worden afdrukstiften gezet die meekomen in de afdruk. Uiteindelijk maakt de tandtechnieker hier een gipsen model van waar nauwkeurig de positie van de implantaten in is overgebracht.

Op het gipsmodel wordt de kroon, brug of kunstgebit gemaakt, waarna het werk in de mond kan worden geplaatst.

 

6

Voor een kroon of een brug wordt er vaak een opbouw op het implantaat vastgedraaid, deze opbouw wordt een abutment genoemd. De uiteindelijke kroon zal als een soort van dopje over het abutment heen worden vastgelijmd. Het is ook mogelijk dat uw tandarts de kroon als geheel vastschroefd aan het implantaat. Hieronder vindt u een animatie waarin een kroon wordt vastgelijmd op een abutment wat vastgeschroefd is in een implantaat.

Een kroon of brug kan over het algemeen binnen twee tot drie weken na de eerste afdruk geplaatst worden; de vervaardiging van een kunstgebit (overkappingsprothese) duurt langer, ongeveer vier tot zeven weken.
Tijdens de nazorg-fase zal het implantaat over het algemeen in het begin jaarlijks worden gecontroleerd door de implantoloog. Uiteraard is het belangrijk voor de gezondheid van het implantaat dat deze altijd goed gepoetst en schoongemaakt wordt.

 

Botopbouw - Guided Bone Regeneration procedure

Er moet voldoende kaakbot zijn om een implantaat met de juiste diameter en juiste positie te kunnen plaatsen.

Na de verwijdering van een tand of kies, zal de kaak op deze plaats gaan slinken. Dit proces (resorptie) zal de eerste maanden na het trekken snel kunnen verlopen, waarna de snelheid over het algemeen na ongeveer een jaar naar een lager niveau zal afnemen. Uitneembare voorzieningen, zoals bijv. een (gedeeltelijk) kunstgebit, welke op het tandvlees drukken zullen het slinken versnellen!

Hierboven is te zien wat er kan gebeuren met de onderkaak na het verlies van alle tanden en kiezen. Niet alleen zal een kunstgebit veel minder houvast hebben, tevens kunnen sommige spieren niet meer goed aanhechten, waardoor het gelaat kan veranderen/invallen !

De mate waarin het kaakbot na het trekken zal slinken, is moeilijk te voorspellen en verschilt van persoon tot persoon. Maar als een tand door bijv. een infectie of een ongeluk/klap al bot heeft verloren is de situatie ongunstiger dan in het geval de tand nog volledig omgeven was door bot.

 

   

De kaakwal afgebeeld op de linkerafbeelding is na extractie van de tand smaller geworden (horizontale resorptie) en de kaakwal op de rechterafbeelding heeft duidelijk hoogte verloren (verticale resorptie).

Met name in cosmetisch belangrijke gebieden, zoals bij de snijtanden boven, is het belangrijk dat het implantaat op precies de juiste hoogte en positie staat, omdat anders de uiteindelijke kroon een onnatuurlijke vorm en/of lengte zal kunnen hebben. Tevens moet het implantaat in deze positie voldoende omgeven zijn door bot en tandvlees. Mocht de kaakwal in de breedte en/of de hoogte tekort komen om hieraan te voldoen, dan zal een botherstel guided bone regeneration operatie uitgevoerd kunnen worden. Hierdoor kan het geslonken deel van het bot opnieuw worden hersteld. Deze operatie kan in sommige gevallen tegelijkertijd met het plaatsen van het implantaat worden uitgevoerd en in andere gevallen zal worden gewacht met implanteren totdat het bot is aangegroeid.

Botherstel van een te smalle kaakwal

In de bovenste afbeelding is te zien dat een deel van de schroef van het implantaat aan de linkerkant niet bedekt is met bot. Na het plaatsen van het implantaat zal de implantoloog het gebied waar te weinig bot is opvullen en bedekken met soort van velletje, wat een membraan wordt genoemd.

Het materiaal wat wordt gebruikt om het tekort aan bot op te vullen, kan zijn:

  • lichaamseigen bot (autograft)
  • bot van een donor (homograft)
  • bot van een dier (xenograft)
  • synthetisch gemaakt materiaal (alloplast)

Voorbeelden:

Hierboven een microscopische opname van Bio-oss, een botsubstituut gemaakt van bot van runderen (xenograft). De cellen en de eiwitten zijn verwijderd en alleen de harde kalkstructuur van het bot is overgebleven. Botvormende cellen en bloedvaten zullen in eerste instantie rondom deze structuur bot vormen en het over een langere periode dit materiaal (gedeeltelijk) ook omzetten in bot.

Hierboven zijn de korrels te zien van een kunstmatig botsubstituut, bestaande uit een synthetisch gemaakte calciumfosfaat kristallen (alloplast). Ook dit materiaal vormt een ruimte waarin nieuw bot zich kan vormen waarna het materiaal zelf ook (gedeeltelijk) omgezet kan worden in bot.

Lichaamseigen bot is een zeer betrouwbaar en veelvuldig toegepast materiaal, het wordt nog steeds beschouwd als de gouden standaard. Het bevat mineralen, cellen en eiwitten (o.a. groeifactoren), waardoor alle ingrediënten aanwezig zijn om binnen enkele maanden een nieuwe bot structuur te laten ontstaan.

Een nadeel van deze methode kan het feit zijn dat het bot vaak van een andere plek uit het lichaam afkomstig moet zijn en dus ook een tweede operatieplek noodzakelijk is.
Het bot is meestal afkomstig van een andere plaats in de mond, bijv. de kin of de regio's rond de verstandskiezen, maar ook een plaats buiten de mond bijv. de heup of het scheenbeen is mogelijk. Over het algemeen zal een donorplaats binnen de mond voldoende bot opleveren voor de hersteloperatie.

De andere eerder genoemde botsubstituten bevatten niet de cellen en eiwitten die lichaamseigen bot wel heeft en zullen daardoor minder snel en in mindere mate worden omgezet in bot. In kleinere defecten en/of gecombineerd met een langere inheling kunnen deze materialen echter wel goed gebruikt worden, waardoor een tweede operatie voor lichaamseigen bot soms achterwege kan blijven.

Het is ook mogelijk om deze botsubstituten te mengen met lichaamseigen bot, waardoor de hoeveelheid hiervan en dus ook de extra operatie zo beperkt als mogelijk gehouden kan worden.

Groeifactoren welke botvorming stimuleren staan de laatste jaren in de belangstelling. Bij het gebruik van lichaamseigen bot zullen cellen en aanwezige groeifactoren in deze cellen zorgen voor een relatief snelle nieuwvorming van bot. Door groeifactoren te combineren met andere botsubstituten hoeft misschien in de toekomst geen lichaamseigen bot meer gebruikt te worden, maar op dit moment is hier nog geen voldoende wetenschappelijk bewijs over bekend.
Het winnen van een sterk concentraat van bloedplaatjes (zijn gevuld met groeifactoren) uit afgenomen bloed van de patiënt (PRP-techniek), komt tegenwoordig minder vaak voor. Uit de wetenschappelijke literatuur lijkt het erop dat het niet genoeg werkzaam is.

Het Membraan

Het membraan lijkt op een papieren velletje, wat over de botsubstituut heen wordt gelegd en bevindt zich na het hechten tussen het tandvlees en het nieuw te vormen bot. De cellen in het tandvlees die bindweefsel kunnen produceren delen namelijk veel sneller dan de botproducerende cellen. Het membraan beschermt de ruimte waar het nieuwe bot zou moeten ontstaan tegen het veel sneller groeiende bindweefsel en geeft de botvormende cellen de tijd om de (jonge) botstructuur aan te leggen.

Membranen kunnen van verschillende materialen gemaakt zijn, variërend van o.a. kunststof tot dierlijke producten. Het belangrijkste verschil is echter of een membraan vanzelf oplost (resorbeert) of dat er een tweede ingreep noodzakelijk is om deze te verwijderen (niet-resorbeerbaar).

Of een oplosbaar of een niet oplosbaar membraan gebruikt wordt kan afhangen van de situatie en de behandelend implantoloog kan u hierover meer vertellen.

In de bovenstaande afbeelding is na het plaatsen van het implantaat een gedeelte niet bedekt door bot. Het botdefect wordt opgevuld met (kunst)bot en bedekt met een membraam. Hoewel niet afgebeeld, zal het tandvlees hier weer overheen gehecht worden en zal het lichaam over het algemeen drie tot zes maanden nodig hebben om voldoende nieuw bot te vormen.

 

Andere methoden, die wel of niet in combinatie met de eerder beschreven techniek uitgevoerd kunnen worden, zijn manieren om de kaak te splijten en/of 'uit te buigen/deuken’.

De smalle (boven)kaakwal kan bijv. met een soort van beiteltje in tweeën worden gespleten waarna het implantaat daar tussen geplaatst kan worden.

Botherstel van een te lage kaakwal

Onder andere kan dit op dezelfde wijze worden uitgevoerd als een botherstel operatie voor een te smalle kaakwal. De kaakwal wordt verhoogd door lichaamseigen bot en/of botsubstituten aan te brengen en te bedekken met een membraan.
Een kaakwal is echter wel minder voorspelbaar te verhogen dan te verbreden!

Het extra aangebrachte bot bovenop de kaakwal, wordt alleen aan de onderkant omgeven door bot en de benodigde cellen en componenten voor het nieuwe bot zullen hierdoor moeilijker aangevoerd worden. Tevens is het gebied kwetsbaar voor druk en voor het ontstaan van openingen in het tandvlees (dehiscenties), zeker wanneer er een (tijdelijke) prothese gedragen wordt.


Botonlay vastgeschroefd, in sommige gevallen kan een implantaat gelijktijdig gebruikt worden om de botonlay te fixeren.

Om onder andere meer weerstand tegen indrukken te kunnen bieden, bestaat er ook een techniek waar 'platen' van kaakbot, welke afkomstig zijn van een andere plaats (o.a kin of heup) op de kaakwal vastgeschroefd worden, zie bovenste afbeelding. Dit wordt een botonlay genoemd, aangezien een te lage kaak meestal ook te smal is, wordt de kaak ook vaak gelijktijdig verbreed. Zoals eerder gezegd is dit een techniek die minder voorspelbaar is dan het verbreden van een kaak.

Een relatief nieuwe en mogelijk veelbelovende methode om kaakwallen te verhogen is de distractie-osteogenese. Hierbij wordt het (te) lage fragment van de kaak losgeboord en/of gewrikt, waarna een instrument op het nog vaste deel en op het losse fragment wordt vastgemaakt. Dit instrument kan door middel van het draaien aan een schroef langer gemaakt worden, waardoor het losse fragment (langzaam) omhoog gewerkt zal worden. Distractie-osteogenese kan waarschijnlijk echter niet in alle gevallen gebruikt worden, het te verplaatsen fragment moet o.a. voldoende breedte hebben. Een voorbeeld:

Na verlies van de twee middelste ondersnijtanden is de kaakwal lager geworden.

Het fragment is losgemaakt en het distractie-osteogenese instrument is geplaatst. Met behulp van een schroefje wat door het tandvlees heen steekt kan de patiënt elke dag langzaam het botfragment een slag omhoog draaien.

Het fragment is omhoog verplaatst en de kaakwal heeft nu de goede hoogte. De ruimte, die nu onder ontstaan is, vult zich na enige tijd met nieuw bot!

Ter plaatse van de (kleine) kiezen in de bovenkaak kan de kaakhoogte beperkt worden door de kaakbijholte. Er bestaan technieken om de kaakbijholte daar ter plaatse op te vullen en zodoende genoeg hoogte te creëren voor de implantaten, dit wordt een sinus-lift procedure genoemd. Meer informatie over de veel toegepaste sinus-lift procedures kunt u vinden door op deze link te klikken.

 

Sinus-lift procedure

Een veel voorkomende procedure in de orale implantologie is het opvullen van de kaakbijholte, dit wordt een sinus-lift procedure genoemd.De kaakbijholte bevindt zich in het gebied van de (kleine) kiezen van de bovenkaak. In de bovenstaande afbeeldingen is de locatie globaal aangegeven. De kaakbijholte wordt ook wel de sinus maxillarisgenoemd, waarbij sinus staat voor holte en maxilla(ris) voor bovenkaak.

Tijdens het ouder worden zullen de kaakbijholtes in volume toenemen, waardoor het beschikbare bot om te implanteren helaas zal afnemen. Met name na het verlies van een of meerdere kiezen zal de sinus snel naar beneden kunnen uitzakken, dit proces wordt ook wel pneumatisatie genoemd.

Op de bovenstaande panorama röntgenfoto (OPG) is de begrenzing van de kaakbijholte (sinus) met een rode lijn en de top van de kaakwal met een blauwe lijn aangegeven. Hier is goed te zien dat achter het gebied van de wortels (gele pijlen) bijna geen bot aanwezig is om implantaten te plaatsen.

Op de bovenstaande afbeeldingen zijn verschillende stadia van pneumatisatie van de kaakbijholte te zien. Links is de kies onlangs verwijderd en is er nog voldoende ruimte om een implantaat te plaatsen. In de tweede afbeelding is de ruimte al minder en zal het moeilijk zijn om een implantaat met een voldoende lengte te plaatsen. In de meest rechterafbeeldingen zal het plaatsen van implantaten zonder het opvullen van de kaakbijholte niet mogelijk zijn.

Directe (laterale) sinuslift 

De techniek om de kaakbijholte op te vullen wordt zoals reeds eerder gezegd een sinus-lift procedure genoemd.Deze procedure wordt al meer dan ruim twintig jaar succesvol uitgevoerd en wordt nu als een geaccepteerde en voorspelbare manier gezien om bot op te bouwen.

In de bovenstaande afbeeldingen is schematisch het principe van een directe sinus-lift afgebeeld. Na het opklappen van het tandvlees (links) wordt er een luikje in het kaakbot geboord, waarna het slijmvlies dat de kaakbijholte bekleed afgeschoven en weggeduwd kan worden (rechts), de ruimte die ontstaat kan dan opgevuld kan worden met bot en/of een botsubstituut, waardoor de kaakbijholte kleiner wordt en er uiteindelijk een implantaat met voldoende lengte geplaatst kan worden.

Indirecte sinuslift

indirecte sinusliftindirecte sinuslift

Als er meer bot aanwezig is dan kan de bodem van de kaakbijholte ook met behulp van een soort van priemen, osteomen genaamd, omhoog getikt worden. Dit wordt gedaan door het boorgat, waar ook later het implantaat in aangebracht zal worden. Er zijn verschillende technieken om door het boorgat extra botvolume in de kaakbijholte te creëren, variërend van o.a. het breken en omhoog slaan van de bodem met de osteoom, tot het inbrengen van een ballon die door het vullen met water uitzet en daardoor ruimte creëert. Afhankelijk van de situatie wordt ook bot of een botvervangend materiaal door de boorgaten omhoog gewerkt, zie als voorbeeld de twee afbeeldingen hierboven. Deze techniek is minder traumatiserend dan de directe/laterale methode, maar is meer experimenteel van aard en kan alleen toegepast worden als er enkele millimeters bot te weinig is.

Het gebruikte vulmateriaal voor de sinuslift kan lichaamseigen bot zijn, maar om in sommige gevallen voldoende donorbot te hebben voor het opvullen zonder een plek buiten de mond te gebruiken (o.a heup) wordt het lichaamseigen bot ook gemengd met bijv. kunstbot. In sommige indicaties wordt ook alleen kunstbot gebruikt, al dan niet in combinatie met groeifactoren gewonnen uit bloed.

Lichaamseigenbot zal het snelst worden omgezet in een botstructuur geschikt om te implanteren, over het algemeen drie tot zes maanden en dermate er meer kunstbot gebruikt wordt zal deze periode langer duren, meestal zes tot twaalf maanden.

Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar bot onder de kaakbijholte kan gelijktijdig met de sinus-lift een implantaat geplaatst worden. Mocht er slechts weinig bot aanwezig zijn, zoals in de het voorbeeld van de directe sinuslift, dan zal het implantaat pas na de eerder genoemde perioden geplaatst kunnen worden.

 

Kosten

De kosten van een constructie op implantaten kunnen sterk uiteen lopen. Dit is ondermeer afhankelijk van de tandtechniekkosten, het gebruikte implantaatsysteem en methode. Ook de uitgebreidheid van de behandeling heeft daar invloed op, een grote brug met extra botherstel operatie zal duurder zijn dan een enkele kroon op een implantaat zonder botherstel operatie.
Grofweg zou je kunnen zeggen dat een kroon op een implantaat, zonder extra ingrepen, ongeveer tussen de 1500 en 2200 euro kost. Mochten meerdere tanden en/of kiezen met een implantaatbrug vervangen moeten worden dan zullen de kosten hoger liggen. Een consult bij een implantoloog kan u meer duidelijkheid verschaffen.

Een overkappingprothese op twee implantaten zal grofweg rond de drie- en vierduizend euro kosten, maar kan mn. in de onderkaak grotendeels vergoed worden door uw verzekeringsmaatschappij. De tandarts-implantoloog zou een voorstel hiervoor kunnen indienen bij uw verzekering. Uw eigen tandarts of tandprotheticus kan u door verwijzen naar een implantoloog.

 

Wat is een Implantoloog NVOI?

Een implantoloog is tandarts gespecialiseerd in het toepassen van implantaten ter vervanging van tanden of kiezen die verloren zijn gegaan of die verwijderd moeten worden vanwege hun slechte staat.

Voor de implantologie is er naast de NVvP nog een aparte wetenschappelijke vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie (NVOI) en een aparte post-academische opleiding.

Voor de erkening als tandarts-implantoloog NVOI gelden min of meer vergelijkbare procedures als voor een tandarts-parodontoloog NVvP.
 

Een tandarts-implantoloog is een tandarts die na het voltooien van de studie tandheelkunde een 3 jarige post-academische opleiding in de implantologie heeft afgerond of kan aantonen vergelijkbare en ervaring te hebben opgedaan. Niet elke tandarts-parodontoloog NVvP is automatisch implantoloog NVOI. Er is een aparte erkennings-procedure.

De beoordeling vindt plaats door een commissie die kijkt of de uitgevoerde behandelingen en de praktijk voldoen aan internationale en wetenschappelijke gefundeerde criteria. Indien de beoordeling positief is volgt de erkenning tot Implantoloog NVOI. De beoordeling heeft betrekking op zowel het functioneren van de tandarts - implantoloog als van de praktijk. De erkenning is een kwaliteitskeurmerk.

De commissie die de beoordeling doet is onderdeel van de NVOI, de wetenschappelijke vereniging van tandartsen op het gebied van implantologie. Elk jaar wordt een uitgebreid jaarverslag ingestuurd en beoordeeld en elke 5 jaar vindt er een visitatie plaats om te bepalen of de behandelingen en de praktijk nog steeds aan de eisen voldoen (verlenging van de erkenning). Het beroep van Implantoloog is alleen met de toevoeging NVOI een beschermd beroep. Zie ook de website van de Nederlandse vereniging voor Orale Implantologie (NVOI)

Een mooie mond is eerst gezond!

Voor de mondhygiënist heeft u geen verwijzing nodig.

 

Inschrijven? U kunt ons bellen voor een afspraak.

PreCare Mondzorg
Den Haag

Cornelis de Wittlaan 23
2582 AA Den Haag

T 070 352 44 54
M info@precaremondzorg.nl

Route 9292 Openbaar Vervoer

Route Auto Google maps

Gratis Parkeren